Korte omschrijving van dementie

In Nederland zijn er naar schatting meer dan 200.000 mensen met dementie. Dementie is een verzamelnaam voor hersenziektes en hersenbeschadigingen waarbij denkfuncties verstoord zijn. De patiënt wordt steeds afhankelijker van zijn omgeving. De meest bekende vormen van dementie zijn:

Alzheimer dementie:
Kenmerkend voor Alzheimer zijn de plaques en tangles in de hersenen, waarbij sommige cellen van de hersenen ophouden te functioneren en afsterven. Hierdoor ontstaan symptomen zoals vergeetachtigheid, achteruitgang in geheugen en leervermogen, veranderingen in de persoonlijkheid, desoriëntatie en verlies van spraak. In eerste instantie lijkt Alzheimer op gewone ouderdomsverschijnselen, maar het verloop is heftiger en progressiever.

Vasculaire dementie:
Hierbij is de bloedvoorziening in de hersenen verstoord door bijvoorbeeld een hersenbloeding of een herseninfarct. Er is geen geleidelijke achteruitgang en de patiënt blijft meestal stabiel ( tot er een nieuw infarct of een nieuwe bloeding ontstaat). Opvallend is de afname van het tempo van denken, spreken en handelen. Vaak zijn er ook beperkingen in bewegen. Geheugenproblemen treden vaak pas in een later stadium op. Hierdoor heeft de patiënt heel lang een duidelijk beeld van zijn situatie, wat kan leiden tot angst, depressieve gevoelens, boosheid en agressie.

Ziekte van Parkinson:
Hierbij verliezen patiënten hersencellen die diep in de hersenen liggen. Omdat deze cellen de neurotransmitter dopamine produceren, ontstaan er problemen in de aansturing van spieren. Tussen de 35 en 55 % van de mensen met deze ziekte ontwikkelt dementie. In de meeste gevallen uit zich dit in vertraagd denken en spreken. Ook het zelf ophalen van informatie uit het geheugen gaat moeilijker, maar de herkenning van informatie is meestal goed. Bij een deel van de patiënten ontwikkelen zich Lewy lichaampjes (eiwitafzettingen in de hersenen), bij anderen lijkt de dementie meer op Alzheimer dementie.

Lewy Body dementie:
Door de vorming van abnormale eiwitverdikkingen in de hersencellen wordt de productie van dopamine en acetylcholine verstoord. Beide stoffen zijn nodig voor de impulsoverdracht van zenuwcellen die o.a. zorgen voor bewegingscontrole, functioneren van het spijsverteringskanaal, denken, emoties en beslissingen nemen.
Kenmerken voor deze vorm van dementie zijn de sterke schommelingen in de cognitieve achteruitgang (goede en slechte dagen), verminderde concentratie en alertheid en terugkerende visuele hallucinaties. Ook vertoont de patiënt tekenen die lijken op de Ziekte van Parkinson.

Frontotemporale dementie:
Hierbij zijn de voorhoofdskwab en soms ook de temporaalkwab (taalcentrum) van de hersenen aangetast. Daardoor verandert het gedrag, de persoonlijkheid en het contact met anderen. Door verlies van remmingen ontstaat onaangepast gedrag. Ook ziet men vaak dwangmatige bezigheden en een negatieve houding ten aanzien van naasten zonder dat daar aanleiding toe lijkt te zijn.
Als de temporaalkwab is aangedaan, ontstaan ook problemen met spreken, lezen en schrijven. De spraakstoornissen verergeren geleidelijk en uiteindelijk verliest de patiënt zijn spraakvermogen.



Terug naar index: Dementie

Terug naar index: Artikelen